| The LEGO history |
|
Inn 1916 begon Ole Kirk Christiansen in het Deense stadje Billund een houtbewerkingszaakje. De eerste jaren maakte hij voornamelijk meubels, maar later ging hij zich ook toeleggen op houten speelgoed en kwam de naam LEGO in gebruik. De naam "LEGO" is afgeleid van de Deense woorden "LEg GOdt" (speel goed). Later bleek het woord in het Latijn te interpreteren als "ik verzamel" (ook "ik kies" of "ik lees"). Geschiedenis van LEGO. In 1916 begon Ole Kirk Christiansen in het Deense stadje Billund een houtbewerkingszaakje. De eerste jaren maakte hij voornamelijk meubels, maar later ging hij zich ook toeleggen op houten speelgoed en kwam de naam LEGO in gebruik. De naam "LEGO" is afgeleid van de Deense woorden "LEg GOdt" (speel goed). Later bleek het woord in het Latijn te interpreteren als "ik verzamel" (ook "ik kies" of "ik lees"). Toen na de Tweede Wereldoorlog het gebruik van kunststof steeds populairder werd ging Ole dit materiaal ook gebruiken voor zijn speelgoed. In 1949 begon het bedrijf onder licentie plastic bouwstenen uit Engeland te produceren: blokjes met aan de bovenkant ronde noppen en hol aan de onderzijde, waardoor de blokjes aan elkaar verbonden konden worden. In 1957 patenteerde LEGO een belangrijke verbetering: door buisjes in de onderzijde van de steentjes te plaatsen, konden ze op meer manieren aan elkaar verbonden worden. Dat werd het LEGO-steentje zoals we dat nu kennen. In die tijd werd echter een mindere kwaliteit plastic (cellulose acetaat) gebruikt. De slechte kwaliteit van de steentjes bezorgde LEGO een slechte naam en de zaken gingen steeds slechter. In 1958 stierf Ole Kirk Christiansen en zijn zoon Godtfred nam de zaken over. Langzaam ging de kwaliteit van de kunststof steentjes vooruit en de zaken gingen beter. Nadat in 1930 een opslagplaats in vlammen opging, werd besloten te stoppen met het houten speelgoed en de kunststofblokjes tot "core business" te verheffen.In de daaropvolgende jaren werd het assortiment uitgebreid met wieltjes, waardoor de mogelijkheden veel groter werden. In 1963 werd de tot op dat moment gebruikte kunststof cellulose acetaat verruild voor het stabielere acrynitril butadiene styree n (ABS plastic), het materiaal dat tot op heden nog wordt gebruikt. In1966 werd één van de meest succesvolle LEGO-series gelanceerd; het LEGO trein systeem. Met een 4,5 Volt motor (later 12 Volt) kon met zelfgebouwde treintjes over rails worden gereden. In 1969 werd een nieuw, speciaal op jonge kinderen gericht, systeem op de markt gezet: DUPLO. De DUPLO stenen waren groter dan de gewone LEGO-steentjes en bevatten geen kleine onderdelen (inslikkingsgevaar). LEGO verkopen?Een week voor hun zilveren huwelijksfeest in 1969 werden Godtfred en Edith Kirk Christiansen diep getroffen. Hun dochter Hanne werd gedood bij een auto ongeluk en hun zoon Kjeld was zo ernstig gewond dat hij vele maanden in het ziekenhuis moest blijven. Godtfred was zo gedeprimeerd door dit onheil en zo onzeker over de toekomst van het bedrijf dat hij even overwoog te gaan verkopen. In de lente van 1970 benaderde hij de Kopenhaagse firma Incentive waar de ervaren Vagn Holck Andersen bedrijven adviseerde bij de overdracht aan de jongere generatie. Holck Andersen adviseerde hem door te gaan met het bedrijf dat zozeer zijn eigen creatie was en waar hij nog steeds de drijvende kracht vormde. Kjeld was pas 22 en nog getekend door het auto-ongeluk. Hij was er zelfs niet zeker van of hij zijn vader wenste op te volgen. De uitkomst van deze bespreking resulteerde in het aanbod van Godtfred aan Vagn Holck Andersen voor een post als senior vice-president in de LEGO Groep waar zijn taak werd "een wild groeiende organisatie onder controle te krijgen", zoals hij zelf zei. De cijfers geven aan dat zijn rekening juist is. Toen hij in februari 1971 begon had de onderneming ca. 1.000 personeelsleden. In 1975 was dit aantal uitgegroeid tot meer dan 2.000 waarvan er 1.600 in Billund werkten. Vanaf 1970 kende LEGO een enorme groei. Er werden wereldwijd meerdere nieuwe fabrieken opgezet en het assortiment werd steeds groter. "Ruimtevaart LEGO" kon gebruikt worden om ruimteschepen, raketten en maanvoertuigen te bouwen, "FABULAND" was gericht op kleinere kinderen om eigen fantasiewerelden te bouwen en in 1982 ontstond de "Technic" serie. Hiermee konden (vooral) zeer gedetailleerde voertuigen gebouwd worden en de mogelijkheden waren vrijwel eindeloos. In 1987 werd de "Technic" serie uitgebreid met "Pneumatic". 1976: Het Nuljaar.In 1975 ging het bijna verkeerd. In het bijzonder in de VS had de verkoop alle verwachtingen volgend op de overname van distributie in 1972 overtroffen. Daarom werd de verkoopprognose op een zeer optimistisch niveau gesteld en de productie sprong omhoog – waarna de speelgoedverkoop stagneerde. Een energiecrisis en dalende geboortecijfers maakten onderdeel uit van het probleem. In 1976 – intern het "nuljaar" genoemd – werden weinig nieuwigheden ingevoerd en helemaal geen nieuwe elementen. Een groot deel van het machinepark kon niet worden gebruikt en moest opgeslagen worden. En het slechtste van alles: 117 personeelsleden in Billund – voornamelijk productiemensen –moesten ontslagen worden. Dit was de eerste maal sinds de jaren '30 dat het LEGO bedrijf gedwongen was een aantal mensen te ontslaan. De problemen weerspiegelden zich in de cijfers. 1974 was het eerste jaar dat LEGO System, Ltd. verplicht was cijfers te publiceren (over een periode van 18 maanden). De winst na belastingen bedroeg 37.3 miljoen DKr. Het volgende jaar daalde dit tot 30.3 miljoen, en in 1976 tot 23.2 miljoen. Pas in 1978 steeg de winst na aftrek belastingen tot het vroegere niveau van 40.8 miljoen DKr. Het aantal werknemers was 3.000 dus ver van een fundamentele crisis. De eerste belangrijke opdracht die door de LEGO Groep aan Kjeld Kirk Kristiansen werd gegeven was een productie organisatie opzetten in Zwitserland. Hier zit hij in 1974 aan het hoofd van de tafel een vergadering voor met de Zwitserse werkmaatschappij. Tussen 1972 en 1977 – het jaar na het "nul jaar" –nam het aantal dozen in het LEGO assortiment niet toe. Er was een stabiel niveau van ongeveer 145 bereikt. In 1979 werden 53 nieuwe dozen en 124 nieuwe elementen geïntroduceerd. Dit aantal steeg tot 246 verschillende dozen in 1983, die onlangs werden vervangen. Ongeveer een derde van de jaarlijkse dozen was nieuw. Hiermee omgaan vereiste een grote fabricagecapaciteit. Nieuwe fabrieken werden gebouwd in Billund en in Baar en St. Gallen in Zwitserland. LEGO speelgoed werd ook in Zuid-Amerika en Azië gemaakt. In 1985 werd een fabriek in Korea gebouwd, en in 1986 werd nog een fabriek met gieterij en verpakkingsafdeling geopend in Brazilië. (Beide fabrieken werden officiëel respectievelijk door de Deense Minister-President en de Deense Minister van Buitenlandse Zaken geopend.) In 1990 bestond het aantal dozen uit 342 types, hiervan waren er 71 van LEGO DACTA. Dat jaar werd besloten de productie te segmenteren met als resultaat dat Billund LEGO SYSTEM en LEGO DACTA ging maken, terwijl Zwitserland DUPLO en LEGO TECHNIC vervaardigde. Een meer aangepaste productie vond plaats in de VS, Brazilië en Korea. De omzet van LEGO System, Ltd. was 1.28 biljoen DKr. in 1983, en bedroeg in 1990 totaal 3.92 biljoen
Eén van de laatste uitbreidingen op de kunststofblokjes is "LEGO Mindstorms" waarmee zelfgebouwde creaties uitgerust met elektrische motoren en sensoren (tast, licht, rotatie en temperatuur) kunnen worden geprogrammeerd met de computer. Zo kun je op zichzelf werkende LEGO creaties maken. Hiervoor zijn intussen meerdere programmeertalen beschikbaar. ProductieEr zijn wereldwijd meerdere fabrieken waar de LEGO-steentjes en accessoires worden geproduceerd. In Denemarken staan twee fabrieken en verder staan er fabrieken in de Verenigde Staten, Zwitserland, Zuid-Korea en Tjechië. Gezamenlijk produceren deze fabrieken ongeveer 20 miljard LEGO steentjes per jaar. Fabrieken buiten Denemarken In het verleden was er in 1958 een fabriek gebouwd in Hohenwestedt, Duitsland, die gietvormen maakte. Maar afgezien hiervan vond de hele fabricage in Billund plaats. Dit veranderde in 1970. In 1974 werd een fabriek geopend in Baar, Zwitserland. Hier maakte men gietvormen en voerde technisch onderzoek uit. In dezelfde fabriek werd later het gieten van elementen geïntroduceerd. Nadat in 1972 in de VS de samenwerking met Samsonite was verbroken werd in Brookfield, Connecticut de verkoopmaatschappij LEGO Systems Inc. opgericht. Deze werd in 1975 overgebracht naar Enfield, Connecticut, en uitgebreid met een verpakkingslijn. Later vond hier ook wat gietwerk plaats. In 1974 werd LEGO Overseas, Ltd. opgericht. Dit was en is een verkoopmaatschappij die Noord-Amerika, Japan en landen buiten Europa bedient. In sommige van die landen zijn bovendien ook nog onafhankelijke verkoopmaatschappijen. In de jaren '70 was de LEGO Groep een groot internationaal concern geworden. Maar zelfs in 1973 moest Godtfred Kirk Christiansen (GKC) iedere overdracht hoger dan 800 DKr. persoonlijk ondertekenen. Voor het bedrijf een moeilijke opgave om mee te leven. De wijze waarop GKC het bedrijf leidde maakte het in hoge mate mogelijk om onder alle omstandigheden productontwikkeling, planning en productieproces te controleren. Marketing directeur Helge Torpe omschrijft het als volgt, "In alle bedrijven waar ik voorheen heb gewerkt was het traditioneel verboden fouten te maken. Maar toen ik bij de LEGO firma kwam leerde ik voor het eerst een man kennen die een geheel andere houding aannam tegenover het maken van fouten. GKC ziet het belang in om iets te doen". Manager Søren Olsen verklaart: "ik moest af en toe naar GKC om hem te spreken over een fout in de fabriek, maar ik heb hem nooit horen vragen wie het deed. In plaats daarvan zei hij, "Hoe gaan we verder?" Om strategisch te denken had het management tijd nodig. Er werd teveel tijd besteed aan dagelijkse activiteiten. Dit was een van de voornaamste redenen waarom er een grote reorganisatie werd doorgevoerd. Afdelingen en zelfstandige winstcentra werden gevestigd. In 1976 werd een holding opgericht onder de naam INTERLEGO, Ltd. met Vagn Holck Andersen als algemeen directeur. |



.png)













